Er geldt sinds 2017 een nieuw systeem voor de vermogensbelasting in Box 3. De overheid hanteert nu net als bij de inkomensbelasting een drie-schijven-systeem: passeert het opgebouwd vermogen een grens, dan stijgt het tarief. Maar omdat de Belastingdienst nog steeds uit moet gaan van een fictief rendement, is er veel kritiek op de nieuwe regeling.

Op het oude systeem was al veel kritiek. Daarin nam de overheid aan dat de Nederlander 4% per jaar op zijn vermogen verdient. Over dit vermogen moest dan 30% belasting worden betaald. Dit komt neer op een belasting van 1,2% over het vermogen in Box 3, met uitzondering van het heffingsvrije vermogen.  

De meeste Nederlanders haalden zo’n rendement echter bij lange na niet. De gemiddelde spaarrente in ons land ligt de laatste jaren rond de 0,3%. Een belasting van 1,2% leidt dan zelfs tot vermogensverlies. Dit was de reden voor de Bond van Belastingbetalers om vorig jaar vier proefprocessen namens duizenden belastingplichtigen op te starten: het stelt namens zijn achterban dat in 2014 er massaal sprake was van vermogensverlies door de hantering van fictief rendement. 

Van de vier betrokken rechtbanken heeft momenteel alleen Zeeland-West-Brabant al een oordeel geveld. Dat oordeel viel negatief uit voor de bond, die in hoger beroep gaat.

Vermogensbelasting: in strijd met eigendom?

Toch zijn er kansen voor de bond, ook al haalde in een Noorwegen woonachtige Nederlander vorig jaar bij een vergelijkbare aangespannen zaak ook bakzeil bij de Hoge Raad. In 2011, het belastingjaar dat hij betwistte, mocht de overheid nog uitgaan van een fictief rendement van 4%, zo stelde de raad. 

Maar de Advocaat-Generaal, een onafhankelijk rechter die bij elke zaak de Hoge Raad adviseert, concludeerde juist dat de vermogensbelasting in strijd is met het recht van eigendom. Een burger mag namelijk zelf bepalen wat hij met zijn vermogen doet, zo luidt zijn uitleg. Niet iedereen wil of kan een hoog rendement halen, bijvoorbeeld omdat ze betere spaarmogelijkheden elders in de EU over het hoofd zien. Rechters zouden dus in zijn ogen moeten bepalen dat de fiscus geen belasting mag heffen als burgers door het fictieve rendement verlies lijden.

De Hoge Raad volgde het advies tegen alle verwachtingen in niet op. Toch is er nog hoop voor de Bond van Belastingbetalers: de Hoge Raad oordeelde namelijk wél dat de wetgever moet ingrijpen als dit rendement over een langere periode niet haalbaar blijkt. De wet moet dan worden aangepast.

Nog steeds fictief rendement 

In 2017 hanteert de fiscus een nieuw schijvensysteem, maar de crux is dat de overheid nog steeds van een fictief rendement uitgaat. Weliswaar ligt de nieuwe grens met 2,8% nu lager dan het vorige minimum van 4%, nog steeds is het discutabel of alle spaarders überhaupt dit rendement behalen. Dat geldt ook voor mensen met een vermogen van meer dan € 100.000, bij wie de fiscus sinds 2017 van een minimum rendement van 4,9% uitgaat. En evengoed voor miljonairs, voor wie de Belastingdienst nu een minimum rendement van 5,5% moet rekenen.

Niet alleen de spaarrente is namelijk nu historisch laag, ook de verwachte inflatie ligt hoger. Afgelopen december liep deze in Nederland nog op van 0,6% naar 1%. Volgens Jurgen de Vries van de Bond voor Belastingbetalers gaan zo’n drie miljoen belastingbetalers in Box 3 er dit jaar daarom nog harder op achteruit dan voorheen. Ook voor aandelen geldt dat het rendement niet meer opweegt tegen de belasting, stelt zijn bond.

Onzekerheid en kritiek

De Bond voor Belastingbetalers en de Vereniging voor Effectenbezitters hebben de Eerste Kamer inmiddels bericht over hun zorgen. Zij vrezen dat veel Nederlanders gedupeerd worden door de nieuwe regels. Maar in de politiek lijkt er voorlopig nog geen overeenstemming te zijn over een nieuw systeem.

Nederlanders moeten daarom blijven zorgen dat hun spaarpot zoveel mogelijk opbrengt. Een passieve houding zal namelijk leiden tot vermogensverlies. Gelukkig kan het ook, veilig en vastgezet bij banken elders in de EU.