Zelfs de geestelijk vader van de huidige vermogensrendementsheffing pleit nu voor een rechtvaardiger stelsel. Wat kunnen we verwachten van de toekomst?

Afgelopen september lanceerde belastingexpert Leo Stevens zijn boek 'Geloofwaardig belasting heffen'. Volgens de auteur moet het Nederlandse belastingstelsel dringend worden herzien. Het beleid van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor ongelijkheid, zo stelt hij. Het gevaar is dat de burger zich afkeert van de overheid en zijn belastingstelsel. Na de verkiezingen in maart moet de politiek snel ingrijpen.

Geestesvader vermogensbelasting

Opvallend is dat juist Stevens aan de wieg stond van het huidige belastingstelsel. Hij was namelijk bijzonder adviseur van de Staatssecretaris bij de invoering daarvan in 2001. Volgens hem is het huidige stelsel niet meer opgewassen tegen de veranderde economische omstandigheden. 15 jaar na dato heeft Nederland een diepe economische crisis achter de rug. Ook veranderde de arbeidsmarkt ingrijpend en staat de rente historisch laag.   

De vermogensrendementsheffing is een heikel punt van het huidige stelsel. In een interview met NRC Handelsblad stelt Stevens dat hij de kritiek wel begrijpt. "Destijds kozen we op goede gronden voor een fictief rendement van 4%." Stevens pleitte daarbij voor een flexibel percentage, maar dat werd niet overgenomen. "Als de economische omstandigheden veranderen moet je het beleid willen aanpassen. Nu is dat dringend nodig. Een spaarder die nog geen 1% bij zijn bank krijgt wordt belast voor 4%. Ik begrijp dat hij dat niet pikt." 

'Nog meer fictie'

Ook voor het nieuwe systeem, dat dit jaar in is gegaan, heeft hij geen goed woord over. Hogere vermogens worden nu zwaarder belast, maar nog steeds op basis van een fictief rendement. Stevens noemt dit merkwaardig. "Er wordt een extra fictie toegevoegd: dat grote vermogens meer rendement maken dan lage vermogens. Risicomijdende beleggers met een flink vermogen zijn daarbij de dupe".  

Hij snapt niet dat het zo moeilijk is om het werkelijke rendement te belasten. "In het buitenland gebeurt dit nu al en ook banken stellen elk jaar het rendement van hun vermogende klanten netjes vast. Waarom zou onze fiscus dat dan niet kunnen?" 

De rechtbank Breda deed woensdag uitspraak in het eerste proefproces tegen de vermogensrendementsheffing. De Bond voor Belastingbetalers kreeg daarbij ongelijk: volgens de rechter was het percentage van 4% in 2013 en 2014 niet onrechtmatig.  

De alternatieven

Desondanks lijkt een heffing op basis van werkelijk rendement er toch echt aan te komen. Na een internationaal onderzoek concludeert staatssecretaris Wiebes van Financiën dat dit mogelijk is. Hij presenteerde drie varianten aan de Tweede Kamer, die als alternatief kunnen dienen.  

De eerste variant is een 'vermogensaanwasbelasting'. De fiscus heft dan belasting over alle vermogensbestanddelen waarover voldoende gegevens beschikbaar zijn. De belastingbetaler rekent dan elk jaar af over ontvangen rentes, dividenden en koerswinsten.  

De tweede variant is een 'vermogenswinstbelasting'. Ontvangen rentes en dividenden worden meteen belast. Het verschil zit 'm bij koersstijgingen: deze worden pas belast wanneer ze worden gerealiseerd, bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen.  

Bij deze twee varianten is er nog steeds een fictief rendement op onroerend goed. Over onroerend goed zijn namelijk geen gegevens bekend bij financiële instellingen zoals banken. Wiebes wil voorkomen dat mensen hiervoor een uitgebreide aangifte moeten invullen.

De derde mogelijkheid is wederom een fictief rendement, maar dan wel toegesneden op de individuele belastingbetaler. Aan het begin van het jaar deelt de fiscus het vermogen dan als volgt in: spaargeld, aandelen, obligaties, onroerend goed en overige. Na afloop van het jaar bekijkt de fiscus hoeveel rendement de Nederlander gemiddeld heeft behaald in elke categorie. Op basis daarvan stelt de Belastingdienst het belastbaar inkomen uit vermogen vast.  

Geduld nodig

Welk alternatief het ook gaat worden: een nieuw systeem laat nog jaren op zich wachten. Wiebes verwacht pas in 2021 een heffing op basis van werkelijk rendement. Een wetswijziging en de voorbereiding van de uitvoering gaan lang duren. Zo heeft de Belastingdienst straks meer dan twee keer zoveel gegevens nodig van de belastingbetaler. Daarnaast moet er fors geïnvesteerd worden.  

De Tweede Kamer wil dat er vaart gemaakt wordt. Het lijkt erop dat de meeste partijen kiezen voor de derde variant: die zou namelijk het snelst uitvoerbaar zijn. Toch is er ook begrip voor de zorgvuldigheid van de staatssecretaris.