De gemiddelde Duitse spaarrente voor vrij opneembare deposito’s, volgens de laatste ECB-data 0,07%, leidt bij een groep oosterburen tot een pensioengat. Wetenschappers signaleren een gat bij allerlei Duitsers, van hoog- tot laagopgeleid en met lage of hoge inkomens.

De conclusies staan vermeld in een in oktober gepubliceerd rapport van het Munich Center for the Economics of Aging. Dit onderzoekscentrum maakt deel uit van de onderzoeksorganisatie Max-Planck-Gesellschaft, dat onafhankelijk onderzoek doet naar de persoonlijke financiën van Duitsers en andere Europeanen.

Tijdens het onderzoek voerden de wetenschappers een simulatie uit van hoe de persoonlijke financiën van Duitsers er vanaf hun pensioengerechtigde leeftijd uit zouden zien. Daarbij keken ze naar het spaargedrag van diverse Duitse huishoudens en individuele opties van Duitsers om een mogelijk pensioengat te dichten. Gegevens waren afkomstig van de Europese Survey of Health Ageing and Retirement, uitgevoerd in samenwerking met het Duitse Pensioenfonds.

Aanvullend pensioen

Voor de gemiddelde Duitse gepensioneerde is een aanvullend pensioen belangrijk, zo tonen de resultaten aan. Die kan een op handen zijnde verlaging van de publieke pensioenen tot zekere hoogte opvangen, schrijven de wetenschappers. Daarbij maakt het niet uit of de gemiddelde spaarrente op een laag niveau blijft steken.

Pensioengat

Echter, de huidige lage spaarrente vormt voor sommige Duitse huishoudens een onhandelbare hindernis, zo blijkt. Huishoudens die niet het pensioengat kunnen dichten, komen in alle lagen van de bevolking voor, van hoog- tot laagopgeleid en met lage of hoge inkomens.

In de linker onderstaande grafiek is te zien dat de Duitse gemiddelde spaarrente voor vrij opneembare deposito’s al sinds 2012 onafgebroken daalt, net als in Nederland. Volgens de laatste data van de ECB, afkomstig van eind oktober, staat het Duitse gemiddelde nu op 0,07%. Bij de Nederlandse banken is de spaarrente bij hetzelfde meetpunt gedaald tot 0,25%.


Enkele Duitse banken rekenen aan particulieren zelfs al een negatieve spaarrente, Nederlandse banken behandelen vooralsnog alleen bedrijven op deze wijze. Overigens ziet u in de middelste en rechter grafiek dat ook deposito’s met een looptijd van meer dan een jaar zowel in Nederland als Duitsland gestaag dalen.

Eerder dit jaar schreven we in één van onze vele berichten dat Nederlands wetenschappelijk onderzoek aantoont dat een groep Nederlandse ouderen hard moet bijsparen (= bezuinigen) om alsnog aan een toereikend pensioen te kunnen voldoen. Zorg dat u niet in deze situatie komt, zeker omdat huisvestings- en zorgkosten stijgen de komende decennia. Lift mee op de beduidend hogere spaarrentes bij onze partnerbanken: zij werken met depositogarantierichtlijnen van de Europese Unie, net zoals de grote Nederlandse banken.