In 2016 heeft de Bond voor Belastingbetalers de eerste vier van zes proefprocessen gevoerd tegen fictief rendement dat de overheid hanteert bij de heffing over vermogensrendement. Dit systeem leidt volgens de bond tot onteigening en dat is in strijd met Europese regels. Eén rechtbank heeft de claim van de bond inmiddels afgewezen, maar er volgen dit jaar nog uitspraken van andere rechters.

Ruim 15.000 Nederlanders maakten de afgelopen jaren bij de Bond voor Belastingbetalers bezwaar tegen de vermogensrendementsheffing op banktegoeden en spaardeposito’s. Daaruit selecteerde de bond zes bezwaarschriften. De Bond voert nu namens deze belastingbetalers proefprocessen bij verschillende rechtbanken. Dat men doorgaat tot aan de hoogste rechter is zeker.

Fictief rendement

Fictief rendement houdt in dat de overheid niet jouw daadwerkelijk gemaakte rendement op je vermogen bepaalt, maar er een inschatting van maakt. De overheid houdt ook in 2017 vast aan dit controversiële systeem, ondanks alle felle kritiek en aangespannen rechtszaken. Ook in de Tweede Kamer staat het systeem ter discussie: verschillende partijen drongen er in 2016 op aan belasting te heffen over het reële rendement dat een belastingbetaler maakt.

De overheid heeft het systeem per 2017 voor de meeste Nederlanders wel een beetje verzacht: wie minder dan één ton aan vermogen heeft, haalt volgens de berekening van de overheid in ieder geval 2,8%. In voorgaande jaren schatte ‘Den Haag’ dit in op 4%.

Er wordt ook een groep Nederlanders harder aangepakt. Wie meer dan een ton heeft, wordt sinds 2017 niet meer geacht minstens 4% rendement te maken, maar 4,9% rendement. Voor alle miljonairs geldt sinds 2017 zelfs een minimum van 5,5%. Over dit ingeschatte vermogensrendement wordt 30% belasting geheven.

Proefprocessen

Ook onder het nieuwe systeem zullen duizenden belastingbetalers er op achteruit gaan, waarschuwt de Bond voor Belastingbetalers. De veronderstelde oorzaak hierachter, het handhaven van het fictief rendement, wordt door de bond aangepakt via zes aangespannen proefprocessen. Die processen hebben voorlopig alleen betrekking op belastingaangiftes uit de jaren 2013 en 2014.

Het pleidooi van de Bond voor Belastingbetalers: de 15.000 belastingbetalers die wij vertegenwoordigen, betalen meer belasting op hun vermogen dan zij ermee verdienden. Na de heffing en rekening houdend met de inflatie zou er bij hen sprake zijn van verlies. Dat is in strijd met de Europese bescherming van het eigendomsrecht, zo stelt het.

Sterker nog, al sinds 2001 (één jaar na de invoering van het systeem met fictief rendement) zouden ze het gehanteerde fictieve rendement van 4% niet behaald hebben. De spaarrente was daarvoor al die tijd niet hoog genoeg, zo stelt de bond. En lang niet iedereen weet af van het bestaan van meer rendabele spaarproducten elders in de Europese Unie.

De Belastingdienst werpt tegen dat je niet alleen moet kijken naar de lage rente op spaartegoeden, maar ook naar rendementen op beleggingen. De Bond voor Belastingbetalers is het hier niet mee eens: het vindt niet dat je van Nederlanders mag verwachten dat ze beleggen. Bovendien betwist het de winstgevendheid van beleggen.

Uitkomst onzeker

De uitkomst van de proefprocessen lijkt nadelig uit te vallen voor de Bond voor Belastingbetalers: vorig jaar oordeelde de Hoge Raad nog dat het fictief rendement in 2010 en 2011 wel degelijk rechtmatig was. De Hoge Raad waarschuwde wel dat de wetgever moet ingrijpen als het fictief rendement over een reeks van jaren niet haalbaar is. 

Momenteel stelt de Bond voor Belastingbetalers het fictief rendement van 2013 en 2014 in vier rechtszaken ter discussie. Daarbij heeft de rechtbank Zeeland-West-Braband zijn claim verworpen. Mocht de bond toch gelijk krijgen van de andere rechters, dan dwingt het de overheid mogelijk tot het schrappen van het fictief rendement.

Fiscalist Cor Overduin van Grant Thornton, die de procedure voert voor de Bond voor Belastingbetalers, is niet hoopvol over de uitkomst. Volgens hem sloten de vragen van de rechters tot nu toe nauw aan bij eerdere arresten van de Hoge Raad. Hierin oordeelde de Raad dat de omstreden belasting wel toelaatbaar was.

Toch vroeg de rechtbank wél wie moet zorgen voor rechtsherstel als het oordeelt dat de vermogensrendementsheffing onrechtmatig is: de wetgever of rechter? Volgens Overduin geeft dit aan dat de rechtbank al heeft nagedacht over de eventuele gevolgen.

Gevaar voor de schatkist

De inspecteurs die namens de Belastingdienst optreden, wijzen erop dat een zege voor de belastingbetalers grote gevolgen heeft voor de schatkist. Als de bond gelijk krijgt van de Hoge Raad, geldt de uitspraak namelijk niet alleen voor hen. Alle Nederlanders die vanaf 2013 zijn aangeslagen op hun spaargeld, krijgen dan mogelijk een vergoeding.

Bij verlies voor ‘Den Haag’ zou de begrote opbrengst uit box 3, die in 2016 is opgelopen tot € 4,4 miljard, op de tocht komen te staan. De helft van het belaste vermogen is immers spaargeld. Het zou wat zijn, want nog nooit in de Nederlandse geschiedenis heeft de Hoge Raad een belastingheffing teruggedraaid.