De financiële crisis is ook van een positieve kant te bekijken: banken in West- en Oost-Europa zijn qua productiviteit en samenwerking in deze tijd meer naar elkaar toe gegroeid. Dat is de conclusie deze maand van een groep Europese wetenschappers in het Journal of Banking & Finance.

Sinds in 1992 met het Verdrag van Maastricht de Europese Monetaire Unie (EMU) tot stand is gekomen, werken de meeste EU-lidstaten tot vandaag de dag aan de integratie van hun nationale financiële markten met die van alle andere lidstaten. Het doel is alle handelsbeperkingen weg te nemen, zodat dienstverleners makkelijker de verschillende markten op kunnen en spelers zonder barrières samenwerkingen aan kunnen gaan.

De invoering van de gemeenschappelijke euro is onderdeel van het vrijhandelsstreven, maar ook bijvoorbeeld het gelijkstellen van nationale wetgeving om een juridisch level playing field te realiseren voor elke financiële speler in de EU. Banken en alle andere dienstverleners moeten volledig vrijuit op prijs, producten en kwaliteit elkaar kunnen beconcurreren.

Convergentie

Op bancair niveau meet de Europese Unie convergentie, de EU-term voor integratie van de markten van lidstaten, onder meer af aan de mate waarin er geldverkeer tussen de banken in verschillende lidstaten tot stand komt en dezelfde diversiteit aan financiële producten aangeboden wordt door de spelers uit de verschillende lidstaten.

In hun rapport Bank productivity growth and convergence in the European Union during the financial crisis tonen wetenschappers Marta Degl'Innocenti, Stavros A. Kourtzidis, Zeljko Sevic en Nickolaos G. Tzeremes hoe het samenspel van 539 commercial banks in alle 28 EU-lidstaten de afgelopen crisisjaren (2008-2012) zich heeft ontwikkeld. Ook keken ze in hoeverre de banken qua productiviteit zich ontwikkelden.

Crisis deed pijn

De onderzoekers analyseerden de productiviteit van de verschillende 539 EU-banken door naar hun efficiency, technologische ontwikkelingen en schaalvergroting te kijken. Daaruit lijdt geen twijfel dat de krediet- en eurocrisis de productiviteit van de EU-banken heeft ondermijnd. Tijdens de crisisjaren zien de EU-banken gemiddeld de groei van hun productiviteit fors afnemen, al zijn er wel schommelingen gedurende de jaren. Vooral de technische ontwikkeling bij banken staat in die periode bijna stil, zo concluderen de onderzoekers.

Tegelijkertijd zien de wetenschappers dat jongere EU-markten zoals Bulgarije, Kroatië, Roemenië, Litouwen en Hongarije in de crisisjaren van 2010 tot 2012 toch de groei van hun productiviteit zagen toenemen. Vooral toename in efficiency droeg hier aan bij. Vermindering van regulatie in hun thuismarkten zou de efficiency gestuwd hebben.

Opkomend Oost-Europa

Sterker nog, de wetenschappers stellen dat West-Europese banken tijdens de crises aan concurrentiekracht hebben ingeboet, terwijl een groep van Oost-Europese banken qua productiviteit juist bleek aan te haken. Dat heeft de convergentie, de door de EU gewenste integratie van de markten van lidstaten, uiteindelijk verstevigd.

"Our findings suggest that convergence among European banks is mainly driven by the loss of competitiveness of the Western banking system and catch-up process of some Eastern banks especially during the sovereign debt crisis period.”

Oproep tot meer convergentie

De onderzoekers stellen in het slot van hun rapport dat voor volledige convergentie de EU-lidstaten nog veel juridische barrières moeten wegnemen. Nationale budgetten en economisch beleid zouden niet meer door de afzonderlijke EU-lidstaten maar door alle EU-lidstaten per land vastgesteld moeten worden.

Ze benadrukken ook het belang van het realiseren van een EU-depositogarantiestelsel: hoewel depositogarantiestelsels in elke EU-lidstaat momenteel €100.000 per spaarder per bank dekken, zou een stelsel voor de hele Europese Unie de depositogarantieregeling in de EU tot in de details gelijktrekken.